De opmaak en invulling doen vermoeden dat de auteur lichtelijk stiftofiel is.

De opmaak doet lichtelijk vermoeden dat de auteur stiftofiel is.

Eerder deze week las ik dit essay van Rutger Wolfson over de huidige status van musea en met name hoe zij zich in een moeilijke positie bevinden. Hoe de instituten vastklampen aan oude invullingen van kunst werkt niet in deze tijd waarin massamedia een steeds groter deel van onze publieke ruimte, gedachten en gedrag zijn gaan beheersen. Het museum zou een plek moeten zijn voor reflectie en ideeën gebaseerd op die cultuur en het paradigma waar wij nu in leven, in de museums gevuld met stoffige stukken stof dito verf is dit uitgangspunt verloren, schrijft Wolfson. Musea zouden zich, volgens de auteur, vooral moeten storten op conceptuele invullingen als het gaat om boodschap, hiervoor moeten ze niet terugdeinzen om wat voor vorm dan ook uit de massacultuur aan te grijpen.

Er worden voorbeelden aangehaald van kunstprojecten waarin film, installaties en dans hun weg vonden naar de expositieruimtes.

In het essay worden genoeg cases genoemd om het standpunt veel kracht bij te zetten. Ergens is het mening van de auteur ook wel weer achterhaald; de cases zíjn immers het bewijs dat musea aan modernisering onderhevig zijn. De toon lijkt dan ook vooral gericht aan de musea die het nog steeds niet begrepen hebben.

Concluderend een sterk betoog met een heldere en progressieve ondertoon.